Biografie
1999-2002: "Mud Stories"
Theatrale muzikante die - gezeten op een ergonomische zitbal en duellerend
met haar piano - zeer spannende muziek maakt, afwisselend beheerst en
energiek, lief en gewelddadig.
Geboren in 1974 als An Miel Mia Pierlé verklaarde ze naar verluidt al
op zeer jonge leeftijd dat ze later wilde "toneelspelen en zingen
en muziek maken en dansen en liefst tesamen". Aan haar klassieke
piano-opleiding had ze echter zwaar de pest en op haar zeventiende schreef
ze zich in aan Studio Herman Teirlinck in Antwerpen. In het derde jaar
van haar opleiding maakte ze een soloprogramma met eigen songs, op de
piano.
Na enige voorzichtige exploten op kleinere rockpodia - vooral eigenlijk
om eens te checken of de combinatie Pierlé/Piano ook buiten het beschermde
milieutje van 'de kunstschool' werkte - waagde ze haar kans en stuurde
een cassette naar Humo's Rock Rally, editie 1996. Haar deelname leverde
haar meteen een finaleplaats op. Ondanks aanwezigheid van o.m. Arid en
Novastar in die finale bleek zij achteraf misschien wel het meest tot
de verbeelding te spreken. Haar straffe versie van Tubeway Army &
Gary Numan's "Are friends electric" werd een radiohit. De live-opname
kwam ook terecht op de de Britse Gary Numan tribute "Random"
(met werk van Dave Clarke, The Orb, Moloko en Damon Albarn van Blur).
Gary verklaarde zelf her en der danig onder de indruk te zijn van Pierlé's
bewerking.
Gevolg van dit alles was een bescheiden An Pierlé-hype, maar dit dwong
haar niet tot snel uitbuiten van deze situatie : "Na de Rock rally
moest ik even gas terugnemen: het overviel mij allemaal een beetje, iedereen
vond mij opeens zogzegd fantastisch en er werd direct heel veel van mij
verwacht. ... Ik heb geluk gehad. Sommige mensen kennen nu mijn naam en
appreciëren mij. Ik krijg de kans om mij te ontplooien ...Niemand maakt
zich nog druk om locaal talent, je moet meteen mikken op het buitenland.
En dan moet het goed zijn. Muziek is een spelletje, maar een serieus spelletje:
ik wil dit mijn hele leven blijven doen en ik maak dan ook liever één
goed ding dan tien volkomen vergeetbare", zei ze in Knack
Er volgde dus niet onmiddellijk plaatwerk, maar wel een bijna twee jaar
durende tour met het theaterstuk "Bernadetje" van Victoria en
een rol in de VTM-serie "Moeder waarom leven wij". Wel werden
er in België en Nederland een reeks soloconcerten gegeven (vb. Gentse
en Lokerse Feesten, Boterhammen In Het Park, Marktrock '98, Crossing Borders,
Lowlands en Pukkelpop '98, waar ze in contact kwam met geluidsman Mark
De Bakker). Een samenwerking met Kloot Per W (In the Belly) draaide
op niks uit, een samenwerking met Die Anarchistische Abendunterhaltung
(DAAU) kwam terecht op de track "Broken" op de cd "We need
New Animals".
Pas begin '98 tekende ze dus een platencontract bij Warner Music Benelux.
Na wat geworstel om een geschikte producer te vinden - er werd voor geopteerd
te werken met Karel De Bakker (geluidsman van o.m. Zita Swoon, A Group
...). - werden in de winter van 1998-1999 met een electrische Yahama CP-80
piano op de zolder van een theaterzaaltje in Gent de opnames van "Mud
Stories" gemaakt. In de lente van 1999 werden er met Jo Bogaert (bekend
van Technotronic) extra takes met de akoestische vleugel aan toegevoegd.
En zoals de bio het zegt : "Het debuut, "Mud Stories",
blaakt duidelijk van gezondheid en biedt een veelzijdig amalgaam van verrassend
uiteenlopend, veelal gloednieuw werk. Alles in onvervalste singer-songwritertraditie,
met invloeden van Bach tot John Cale tot Dolly Parton en zelfs Kim Wilde.
An Pierlé gebruikt daarbij verfijnde ingrediënten: een indrukwekkende
stem, soms een elektrische, dan weer een akoestische piano, hier en daar
gecombineerd met meestal sobere, maar hoogst effectieve 'arrangementen'.
Hieruit concluderen dat het hier om een 'zoet plaatje' zou gaan is echter
een misvatting: deze 'wilde frisheid' verbergt af en toe een flink 'distorted'
weerhaakje... Pierlé heeft duidelijk haar 'goesting' gedaan en daar is
ze fier op!"
Belgian Pop and Rock Archives, 1999
2002: "Helium Sunset"
Eén ding staat vast, na beluistering van haar tweede album, “Helium Sunset”,
wordt het steeds moeilijker om zangeres/pianiste An Pierlé in een vakje
onder te brengen. An Pierlé, in Antwerpen geboren maar wonend en werkend
in Gent, heeft blijkbaar te veel persoonlijkheid om zich te laten opsluiten
in de rol van de leuke pianiste die lustig op haar klavier tokkelt dan
wel inbeukt, terwijl ze haar gevoelige artiestenstemmingen fluistert of
uitschreeuwt. Op de nieuwe plaat ontsnapt ze op wonderlijke wijze aan
haar eigen clichés: de ongeremde exhuberantie en de jeugdige sérieux van
“Mud Stories” heeft dit keer plaats geruimd voor een rijpere en tegelijkertijd
subtielere muzikale complexiteit met veel meer popinvloeden. “Helium Sunset”
zal bijgevolg vriend en vijand verbazen.
Naar verluidt ontstonden de meeste van de 12 songs op “Helium Sunset”
op synthesizer en gitaar en wel gedurende zondagnamiddagsessies ten huize
Pierlé & Gisen (levensgezel en gitarist/producer). De vrije momenten
gedurende de bijna twee jaar durende tournee (1999-2001) werden aldus
naarstig benut en systematisch opgenomen op een eenvoudige walkman en
pas naderhand ‘uitgewiedt’ en afgewerkt. Intussen begonnen ze één en ander
ook live uit te proberen geassisteerd door een cellist/bassist en een
drummer. Pierlé & Gisen staan erom bekend dat ze alles graag
anders willen doen dan de anderen. Afgelopen zomer sloot het tweetal zich
op op de zolder van een voormalig laboratorium in de buurt van station
Gent-Dampoort, met als gezelschap de apparatuur en de persoon van Karel
De Backer (engineer/live mixer/producer van oa. Zita Swoon en FES, die
hen vorige keer begeleidde op “Mud Stories”) en assistant engineer/live
mixer Patrick Van Neck. Na het neerleggen van de basistracks (zang piano
& gitaar) werden stelselmatig en naargelang de behoefte van elke song
gastmuzikanten uitgenodigd: oa. Thomas van Cottom (percussie), Thomas
De Smet (percussie), Diederik De Cock (drums), Joost Zweegers (bas), Peter
De Bosschere (drums), Klaas Delvaux (cello & bas). Daarnaast zijn
ook engineer Patrick Van Neck te horen op bas & drums en Karel De
Backer op bas & timestretching ingrepen.
“We hebben alles vrij ‘acoustisch’ opgenomen, met veel ‘échte’ ruimte,
maar wel telkens elk instrument afzonderlijk. Ook hebben we de muzikanten
vaak vrij rare, specifieke opdrachten gegeven die hen lichtjes handicapeerden;
dingen in de trant van een metalspecialist verplichten op een gammel jazzdrumkitje
een trage beat te spelen met brushes etc.” “...ook de stem hebben we veeleer
als een groepsinstrument beschouwd, en het resultaat is, hoewel vrij toegankelijk
en zelfs bijwijlen ‘zoet’, klankgewijs iets bizars, waarvan we zelf niet
goed weten waarmee we het kunnen vergelijken. We hebben vooral gezocht
naar klankkleuren en een specifieke sfeer, en die zit er zeker in.”
De mysterieuze klanken ontbreken inderdaad niet op deze cd en «Helium
Sunset» zal zeker velen bekoren met zijn warme sfeer, zijn sensuele rondingen,
die de subtiel gearrangeerde melodieën nog meer tot hun recht laten komen.
Opmerkelijk is dat er op geen enkel moment open deuren worden ingetrapt.
Opener « Sorry » is al meteen een voltreffer. Het is een van die zachte
ballades die over het hele album verspreid staan, waarin de emotionaliteit
ingetogener en rijper is, waarin de piano meer gestreeld dan geslagen
wordt. De gitaar is tegelijkertijd instrumentale scheidsrechter en soms
psychedelische canapé. In de eerste single « As Sudden Tears Fall » zit
een bedwelmend stukje Rhodes piano. Op «Nobody’s Fault», een duet met
Koen Gisen, flirt met een soort psychedelische countryfeel. «Sister» ontketent
een kleine storm; twee cello's, gitaar en piano kruisen de degens op een
Roxy Music-maar-dan-80’ies-popmanier.
De rust keert terug met het mijmerende «Kiss Me» waar de tijd stilstaat
voor een temperamentvol staaltje slowcore. «Helium Sunset» is gelardeerd
met de vreemdste accordeonklanken en percussie op ‘prepared’ piano. De
lichtvoetige lethargie wordt dan plots bijna giftig in «Medusa», een nummer
dat Nick Cave zeker zou appreciëren, en «Once Again» zou een hommage aan
Neil Young, Elvis en Nick Drake tegelijk kunnen zijn. Met «Sing Song Sally»
wordt het roer andermaal omgegooid via een eigenzinnige variant op lichtvoetige
pop (het aanstekelijke Woehoewoehoewoehoewoehoe hoe hoe zal zeker aanslaan
tijdens de zomerfestivals). Op «Leave Me There» ontdekken we een swampy
sfeer die overvloeit in een Smiths-achtige finale, alvorens te eindigen
met een mooie, bevreemdende “Walk” langs besneeuwde vlakten. De onderliggende
‘spooky’ sfeer zet zich nog even door op de extra ghost track “Here in
the woods” dat dan weer doet denken aan een bezeten Walt Disneynummer...
Terwijl het zo eenvoudig en rendabel was geweest om het recept van “Mud
Stories” (meer dan 23.000 verkochte exemplaren in België & Nederland)
nog eens boven te halen, heeft An Pierlé ervoor gekozen om zich samen
met Koen Gisen op nieuwe paden te wagen, waar een melodie niet altijd
zo vanzelfsprekend is als men wel denkt. De modderverhalen hebben plaatsgeruimd
voor warm en spannend drijfzand, vol universele verhalen, waar de ironie
nooit ver weg is. Mocht een plaat kunnen zalven, deze zou het doen.
Helicopter / Wea
WMB 02/2002
back
to top
|